Wetgevend Kader
Om de Vlaamse Kyotokloof tijdig met de nodige emissierechten te kunnen invullen, zijn de volgende stappen gezet:
- Het Vlaams Regeerakkoord 2004-2009 gaf de mogelijke kanalen aan voor de aankoop van externe Kyoto-eenheden. De strategie wordt nu geconcretiseerd in een bijkomend hoofdstuk van het besluit Verhandelbare Emissierechten dat door de Vlaamse regering werd goedgekeurd.
Tot en met 2007 worden de projectgebonden flexibiliteitsmechanismen CDM (Clean Development Mechanism) en JI (Joint Implementation) ingezet. Vanaf 2008 kan het Vlaamse gewest ook andere kanalen inzetten, zoals rechtstreeks projectgerelateerde Kyoto-eenheden aankopen op de internationale markt. Daarnaast is verwerving mogelijk van Kyoto-eenheden uit investeringen of projectactiviteiten (de Green Investment Schemes) en uit projecten voor bebossing, herbebossing en bosbeheer.
Bovendien wordt in het besluit nu ook een goedkeuringsprocedure voor projectactiviteiten voorzien. Zo worden de verwervingsregels voor bedrijven en voor het Vlaamse gewest gebundeld in eenzelfde uitvoeringsbesluit, wat de transparantie van de regelgeving bevordert.
- Volgens een internationale bepaling moeten de CDM- en JI-projecten de goedkeuring krijgen van de landen die erbij betrokken zijn. Op 20 december 2006 hebben de gewesten en de federale overheid in het Overlegcomité het Samenwerkingsakkoord Flexibiliteitsmechanismen goedgekeurd. Hierbij is ook de Nationale Klimaatcommissie aangeduid als ‘Designated National Authority’ voor CDM en ‘Focal Point’ voor JI, dus als formeel contactpunt naar de Verenigde Naties en andere landen toe.
De rol en het belang van flexibiliteitsmechanismen
Het Protocol van Kyoto biedt de ondertekenende landen de mogelijkheid om een deel van hun reductie-inspanningen voor broeikasgassen in het buitenland te realiseren via de zogenaamde flexibiliteitsmechanismen. Door de inzet van de emissierechten gecreëerd door deze mechanismen, wordt op een kostenefficiëntere wijze vorm gegeven aan het klimaatbeleid, een aanpak die door de meeste West-Europese landen gevoerd wordt.
Zonder de inzet van deze mechanismen zou het tijdig realiseren van deze doelstellingen trouwens onmogelijk zijn, een vaststelling die ook door de Klimaatconferentie werd gemaakt. Voordat maatregelen op kruissnelheid komen en effect hebben op voldoende grote schaal, kan dit namelijk een aantal jaren in beslag nemen.
Concrete investeringen
Emissierechten kunnen via diverse kanalen aangekocht worden. Uitgangspunt voor het Vlaamse gewest is de duurzaamheid van de projecten, zoals ook bepaald in het besluit Verhandelbare Emissierechten. De volgende concrete resultaten zijn geboekt:
- Een eerste oproep of tender naar ondernemingen voor de indiening van projectvoorstellen rond JI en CDM is afgesloten eind december 2006. Het doel was om, samen met de Vlaamse bedrijven, ervaring op te doen over de complexe internationale procedures en standaarden van deze mechanismen. Het resultaat is dat een aankoopcontract is ondertekend door Vlaams minister Kris Peeters en Vlaams minister Fientje Moerman met de NV Empresa de Tratamiento de Residuos Copiulemu uit Chili. Dit dochterbedrijf van de Vlaamse onderneming Machiels heeft als project de installatie van een efficiënt biogasopvang- en affakkelingsysteem bij een stortplaats in Región del Bíobío. Hierdoor daalt de broeikasgasuitstoot, en wordt op lokaal niveau een gezondere en veiliger omgeving gecreëerd.
- Verschillende fondsen haalden de voorbije jaren middelen op bij potentiële kopers van Kyoto-eenheden, zowel overheden als bedrijven. De grote troeven van deze ‘klimaatfondsen’ zijn hun specialisatie, hun ervaring met de internationale markt van Kyoto-eenheden en hun schaalvoordelen. Daarnaast hebben deze fondsen als belangrijk voordeel dat ze de operationele kosten voor investeerders beperken en de risico’s spreiden.
Het Vlaamse gewest geeft in eerste instantie de voorkeur aan initiatieven, beheerd door multilaterale of regionale ontwikkelingsbanken. Na een vergelijkende analyse tussen een reeks bestaande fondsen op basis van financiële en duurzaamheidscriteria zijn de volgende fondsen geselecteerd:
- Via de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) is het Vlaamse gewest voor 22 mio euro toegetreden tot het Multilateral Carbon Credit Fund (MCCF). Dit is een gezamenlijk initiatief van de Europese Bank voor Heropbouw en Ontwikkeling (EBRD) en de Europese Investeringsbank (EIB). Dit fonds richt zich specifiek op landen met een overgangseconomie (voornamelijk in Oost-Europa en in Centraal-Azië). De geselecteerde projecten zorgen voor reële emissiereducties met bijhorende lokale positieve gezondheids- en economische impact. Het accent ligt daarbij op verbetering van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen.
- Het Vlaamse gewest heeft een engagement tot toetreding ingediend bij het Carbon Fund for Europe (CFE) voor een bedrag van 10 miljoen euro. Dit emissierechtenfonds is een initiatief van de Wereldbank (WB) en de EIB. Participanten zijn voor het grootste deel overheden, aangevuld met private entiteiten. Concreet worden emissierechten aangekocht die voortvloeien uit projecten die zorgen voor reële emissiereducties in ontwikkelingslanden.
- De mogelijkheden voor toetreding tot andere fondsen wordt nog onderzocht.
Om de voorziene hoeveelheden emissierechten tijdig in te kunnen vullen, wordt de markt verder verkend op nieuwe opportuniteiten die voldoen aan de nodige waarborgen op het vlak van duurzaamheid, financieel beheer en risicobeheer.
Home
Opgelet : teneinde spam te vermijden, moet u bovenstaand e-mailadres zelf intikken en wordt er geen link gelegd.